De Alkmaarse Aanpak

De gemeente Alkmaar had van 2007 tot 2011 afspraken met het rijk om in 4 jaar 3400 woningen te realiseren. Om dat te doen werd het vergunningentraject gestroomlijnd. Helaas bleek dat onvoldoende: ontwikkelaars en corporaties bouwden de woningen toen nog steeds niet, ondanks een onherroepelijke bouwvergunning.

Jos Feijtel en Martin Bosch hebben toen de Alkmaarse Methode opgezet. Hoe kan een gemeente regie voeren op het proces na de bouwvergunning?

Kern van de aanpak was een open dialoog. Binnen de opgerichte groep Ontwikkelend Alkmaar kwamen op regelmatige basis commerciële ontwikkelaars, corporaties, makelaars, notarissen en banken bijeen. Er ontstond een sfeer van vertrouwen. Informatie over bouwplannen werd uitgewisseld. Zo ontstond een gedetailleerd beeld van de bouwplannen die op stapel stonden in Alkmaar. Het bleek dat er (veel) meer harde plannen waren dan de markt kon absorberen.

In creativiteit kwamen we tot bijzondere samenwerkingsvormen:

  • Een afstemmingsmechanisme waarbij de bouwplannen werden gescreend en alleen de beste werden gerealiseerd, in kwantiteit en kwaliteit afgestemd op de marktvraag (faseren en doseren).
  • Een mechanisme van ‘achtervang’ waarbij corporaties zich verbonden niet verkochte woningen op te nemen in hun huurwoningenbestand (stichting verkoopgarantie).
  • Financiële arrangementen zoals garantstellingen van de gemeente en in erfpacht nemen van grond onder bouwprojecten om alternatieve financiering voor het bouwproject te genereren.
  • Gezamenlijke marketing van alle woningbouwprojecten binnen de stad.

Deze aanpak trok veel attentie bij andere gemeenten en ook bij het Rijk, die sprak van “de Alkmaarse Aanpak”. Bovendien ontving de gemeente ca. 7 miljoen euro aan Van der Laangelden, bedoeld om de woningbouw aan te jagen. Iets minder dan Amsterdam en Rotterdam, maar naar rato van de omvang van de stad verreweg het grootste bedrag in het land.

Met deze aanpak werden in 2010 in totaal 600 woningen gebouwd, die bovendien ook bewoond raakten.